Het begin
Mijn eerste eigen hond was een zwart labradorteefje gefokt door kennissen. Ze ging overal mee naar toe . Door haar raakte ik verknocht aan het ras dat in Nederland in de jaren '70 tamelijk onbekend was.
Ik ging me verdiepen in de kynologie en fokte in '89 mijn eerste nestje. Doelstelling was het fokken van gezonde, vitale honden met een plezierig, werklustig karakter en een rastypisch uiterlijk..
Stammoeder van mijn huidige honden is Tumblewoods Queldiable (Diable). Haar moeder, Leonora, komt uit de befaamde Fairywood's kennel. Diable werd getraind voor de jacht en ging mee met de jagers in het veld; zij stond met succes in de showring en bracht twee nesten groot. Altijd sloeg zij aan bij vermeend onraad en hielp met de opvoeding van jongere generaties. Zij was haar hele leven kerngezond en stierf 14 ½ jaar oud. Een markante persoonlijkheid.



Het vervolg
Diable kreeg eerst een nest van Donalbain Suede. Dochter Belle Garde (v. Ixor du Bois des Lilas) werd geboren in mei 1997; ook zij presteerde uitmuntend in de showring. Nu is ze een oude dame die net als haar moeder op hoge leeftijd fit en alert is gebleven. Een nestbroer van haar ging als jonge reu naar de opleiding voor blindengeleidehonden van Ans L'Abée. Het was heel ontroerend je 'pup' later aan het werk te zien.


Belle bracht eveneens twee nesten, eerst van Fairywood's King Walther. Uit haar tweede nest ( v. Fairywood's Romeo) bleef dochter Dis Donc (Dido, geb. juni 2002) bij ons evenals haar zusje, Dark Magic . Magic volgde de jachttraining gepassioneerd en deed het heel goed op een paar shows; zij werd o.a. 1e in de Fokkersklasse bij de Belgische Retriever Club Omdat de beide dames steeds minder goed samen gingen, kreeg Magic een ander tehuis. Zoon Denzel ging als pup naar de Tumblewoods kennel en daarmee was de cirkel rond.
Voor Dido's eerste nest viel de keus op Foulby Huckleberry Finn; Tyko had met teefjes uit dezelfde lijn mooie kinderen gegeven en het was ook een prachtig nest. Jammer dat ik op dat moment niet de gelegenheid had iets eruit aan te houden. Alleen Eliza is door haar nieuwe eigenaren ingezet voor de fokkerij. Het tweede en laatste nest van Dido werden geboren in oktober 2007; hun vader was Denis de Scampy. Omdat ik niet meer wilde fokken, bleef uit dit nest een reutje: Faraway Winds. Onze Django deed het heel goed op de shows en had veel plezier in de jachttraining. Hij is een lieverd die een vriendje verdiende. Dat werd Aktaion.
Het F-nest bestond uit zes pups, mooi uniform van type en maat. Ze ontwikkelen zich zo snel dat je als fokker er eigenlijk hele dagen naar wilt kijken. Boeiend vind ik ook altijd de reactie van de andere honden. Aanvankelijk is de jonge moeder de enige hond die contact heeft met de pups. Omdat de oudere teven weten wat er aan de hand is, gaan ze kijken wanneer ze een handje mogen helpen. Als fokker moet je dan opletten dat oma niet helemaal het heft in handen neemt, maar na enkele weken wordt haar hulp dankbaar aanvaard.
Faraway Winds, een naam vol nostalgie voor een pup in wie zoveel uit het verleden samenkomt. Een pup die je zorgvuldig wilt grootbrengen om dat wat hij in zich heeft ook gestalte te geven. Als middel om de jonge hond speels gehoorzaamheid bij te brengen, vind ik jachttraining - zonder dwang – een heel geschikte manier. Hij kan er zich in uitleven en tegelijk 'werken voor de baas'. Mits goed begeleid, bevordert dit het zelfvertrouwen dat we in de showring graag zien.

Belle Garde, 2-3-2012
